Vroeger, toen ik net begonnen was met mijn studie, haalde ik wekelijks mijn geld bij de VSB bank aan de Burgemeester Reigerstraat in Utrecht. Je kon alleen tussen 9.00 en 17.00 geld ophalen, moest lang in de rij op je beurt wachten en er moest (zucht) telefonisch gecontroleerd worden of er genoeg geld op je rekening stond.
Gelukkig werd vrij snel daarna de PIN-code geïntroduceerd. Je geld uit een automaat, snel en wanneer je dat zelf wilt. Een voorbeeld hoe nieuwe technologie kan leiden tot een verbetering van de dienstverlening.
Tegenwoordig, als je je paspoort wilt verlengen, moet je twee keer naar het gemeentehuis. Een keer om een pasfoto in te leveren. En een keer om je oude paspoort in te leveren en je nieuwe paspoort op te halen. Als je gaat trouwen moet je eerst naar het gemeentehuis voor de ondertrouw in de gemeente waar je gaat trouwen. En daarna moet je naar het gemeentehuis van de plaats waar je geboren bent voor een recente versie van je geboortebewijs.
Wij van D66 Wassenaar hebben wel eens visioenen dat je 's avonds een pasfoto digitaal verstuurt en 2 dagen later je rijbewijs thuis ontvangt. Of dat als je een vergunning aanvraagt je die aanvraag electronisch kan indienen en de status van de behandeling via het internet kan volgen. Of dat je klacht binnen de wettelijk gestelde termijnen afgehandeld wordt.
Want als je als gemeente overheid en burgers dichter bij elkaar wilt brengen, dan is toch een minimale voorwaarde dat de dienstverlening voor die burgers een zo hoog mogelijk niveau heeft? Burgers, die druk bezig zijn werk en zorg te combineren, moeten hun kostbare tijd toch niet spenderen in het gemeentehuis? En de werksfeer binnen je eigen gemeentelijke organisatie wordt toch niet beter van een dagelijkse rij wachtende inwoners aan de balie, terwijl dat niet hoeft?
De huidige stand en kennis van IT bieden voldoende mogelijkheden voor het verbeteren van de dienstverlening. Wat D66 betreft zou Wassenaar bij de kopgroep van gemeenten moeten horen die van die mogelijkheden gebruik maakt.
Sophie Fischer
Dit artikel is eerder gepubliceerd in de Wassenaarder